Ga direct naar: spotlights | search | Site-navigatie
dinsdag 31 januari 2012
- ingezonden persbericht Rijkswaterstaat -
Het behouden van de vergunningen voor windmolenparken op zee én een nog veiligere situatie voor de scheepvaart. Dat zijn staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) en de windvergunninghouders (SSE Renewables, Nuon, Eneco en RWE/Essent) havenbedrijven Rotterdam en Amsterdam en Rijkswaterstaat overeen gekomen. De vergunningen die tot nu toe zijn afgegeven worden behouden tot 2020. Een pakket aan maatregelen, waaronder verplaatsing van scheepvaartroutes en het verplaatsen van één vergunning maken dit mogelijk.
Staatssecretaris Atsma wil de levensduur van de negen vergunningen voor windmolenparken op zee die geen SDE-subsidie hebben gekregen, behouden tot 2020. Als niet met de bouw van een windpark begonnen is zouden deze vergunningen vervallen tussen september en december 2012. Deze beperking is in de vergunningen opgenomen om onnodige ruimteclaims op de drukke Noordzee te voorkomen. D66 had om het behoud van de vergunningen gevraagd.
Rijkswaterstaat heeft met de windvergunninghouders SSE Renewables, Nuon, Eneco en RWE/Essent en de havenbedrijven Rotterdam en Amsterdam de mogelijkheid aangepakt om gezamenlijk een balans te vinden tussen de wens de vergunningen te behouden versus andere belangen op de Noordzee, zoals de alsmaar drukker wordende scheepvaart. In de gezamenlijk gevonden oplossing kunnen alle partijen zich vinden. Lange beroepsprocedures kunnen hiermee worden voorkomen. Een mooi voorbeeld waarbij het Rijk samen met het bedrijfsleven succesvol aan oplossingen werkt voor het gebruik van de ruimte op de Noordzee. Ook andere belanghebbenden, zoals gemeenten, visserij- en mijnbouworganisaties, zijn betrokken bij deze oplossing.
Concreet zijn de maatregelen om het behoud van de vergunningen mogelijk te maken als volgt. De vergunning voor het park Scheveningen Buiten wordt verplaatst naar de westzijde van een andere vergunning, namelijk Q4. Met deze verplaatsing wordt de ruimte gevonden om scheepvaartroutes in het hele gebied ter hoogte van Noord- en Zuid-Holland verder van de kust te verplaatsen, zodat bestaande knelpunten worden opgelost en de veiligheid van de scheepvaart wordt vergroot. Overigens behoudt Rijkswaterstaat het recht om vergunningen die niet worden benut alsnog in te trekken, als er zich in de toekomst andere dringende belangen voor die ruimte op zee voordoen.
Ook bij de uitvoering van deze oplossing trekken de bovengenoemde partijen samen op en blijven andere belanghebbenden betrokken. In 2012 zullen de procedures in gang worden gezet om de scheepvaartroutes te wijzigen en de vergunningen te behouden.
Het behoud van de vergunningen draagt bij aan het realiseren van het Europese en nationale beleid van 6000 MW windenergie op zee in 2020 en past in de afspraken tussen Rijk en windenergiesector in de Green Deal. De samenwerking geeft vertrouwen dat er in de toekomst meer ruimte voor windmolenparken op zee kan worden aangewezen, zoals in het nationaal waterplan van 2009 is aangekondigd.